Een echtgenoot van een patiënt
MIJN BELEVENISSEN
Wij waren gelukkig getrouwd, wij hielden van elkaar, wij hadden drie meisjes.
Een paar maanden na de geboorte van ons derde kindje, zei mijn vrouw : “ Voel eens aan mijn borst, er zit een knobbeltje in, wat mag dat zijn? “ Zij ging naar de dokter, daarna naar een professor. Het was een goedaardig gezwelletje, zij zou het eens moeten laten wegnemen, maar er was geen haast bij, wij hadden nog een kleine baby. Tot op een avond, onze kleinste was ongeveer elf maanden, zei mijn vrouw die verschrikkelijke woorden: “ Ik heb kanker, ik heb het gelezen, ik ga morgen naar de dokter, hij moet een afspraak maken met de kliniek, ik laat mij opereren. “ Ik kon nauwelijks een paar woorden uitspreken." Goed, ga morgen naar de dokter, “ zei ik. Toen dacht ik : “ Kanker, neen, dat kan niet waar zijn, zij is nog zo jong" Zij is de woensdag daarna geopereerd, een kleine ingreep, twee à drie dagen moest zij in de kliniek blijven.
De donderdagavond vroeg ik haar of zij ’s anderendaags naar huis mocht, zij wist het niet. De vrijdagavond had men nog niets gezegd. Ik zou het aan de zuster vragen, als zij kwam. Maar er kwam geen zuster, niemand. “ Zou er iets niet in orde zijn? “ dacht ik. Om 20u30 kwam de professor bij ons op de kamer, hij had slecht nieuws, men had bij de ontleding een paar kankercellen gevonden, er bleef niets anders te doen dan amputatie van de borst, anders kon hij ons niet garanderen dat mijn vrouw genezen zou. Wij moesten dadelijk beslissen. Zo zei hij het. “Dus toch kanker,“ dacht ik. Ik zag naar mijn vrouw en zij naar mij, wij knikten samen met ons hoofd. Dan zei zij: “Als het zo is, dan moet het maar gebeuren. “Morgenvroeg om 8 uur,“ zei de professor, en hij ging de kamer uit.
Toen heb ik haar in mijn armen genomen en gekust, ik moest mij bedwingen om niet te huilen in haar aanwezigheid. Ik dacht aan haar en onze kinderen. Mijn God, neen, zij mogen hun moeder niet verliezen. Op weg naar huis heb ik geweend als een klein kind en had maar één gedachte, mijn lief vrouwke en onze kindjes. Toen besefte ik pas goed, wat zij voor mij betekenden in mijn leven, ik ben haar man en hun vader.
Zaterdagmorgen, enkele minuten voor acht was ik in de kliniek, men voerde haar juist naar de operatiezaal. Ik mocht haar nog eens kussen en zij glimlachte. Die glimlach is mij steeds bijgebleven, daarom vraag ik haar nog dikwijls: “ Toe lach nog eens? “ Na twee uur bracht men haar terug. “ Het is er af “ dacht ik, “ verminkt voor haar hele leven “. En ik weende zacht. Maar toen dacht ik bij mezelf: “ Ge hebt ze vroeger graag gezien, heb haar nu nog meer lief “.
Alle dagen ging ik haar bezoeken, zij zat erg in de put. Niemand kon haar toen helpen. Onze huisdokter zou zijn vrouw eens sturen, zij waren toch vriendinnen geweest vroeger. En zij kwam om mijn vrouw op te monteren. “ Maar mevrouw had goed praten, zij had het zelf niet meegemaakt, “ zei mijn vrouw.
Na 18 dagen mocht zij naar huis. Ik droeg haar op handen, niets was te veel voor mij. Hoe dikwijls zou zij niet gezegd hebben: “ Ik ben geen vrouw meer. “ Telkens opnieuw moest ik haar in mijn armen nemen en zeggen : “ gij bent nog wel een vrouw, ik hou nog meer van u dan vroeger. “ Maar telkens moest ik op mijn tanden bijten, want ik dacht aan dat vreselijke woord : kanker. Zou het nu volledig weg zijn? Altijd die onzekerheid! Wij hadden niemand om ons te helpen, alleen elkaar!
Maar de tijd staat niet stil, het leven gaat verder. Twee jaar na de operatie kwam ons vierde dochtertje, na maanden van spanning.
De jaren gingen voorbij met kleine en grote zorgen.
In 1978 las mijn vrouw een berichtje over de vereniging van vrouwen met borstamputatie. Zij nam contact op en ontmoette vrouwen met allemaal dezelfde problemen. Zij konden er samen over praten. Stralend en ontspannen kwam zij thuis.
Zij had eens kunnen praten met iemand, die het zelf ook had meegemaakt.
Zij was de langst geopereerde. Zij ging nog naar de volgende bijeenkomsten en is vrijwilligster geworden
Het zou mijn wens zijn, dat alle mannen, die dit mee beleven, hun vrouw meer en inniger zouden liefhebben. Dit moest ik vertellen.
Doe dit werk verder, dan wordt het voor vele vrouwen weer “ LEVEN ZOALS VOORHEEN “ .
Een man die het ook beleefd heeft.
| < Vorige | Volgende > |
|---|